close

Login

Darmperikelen

ORTHICA PRODUCT WORKSHOPS DARMPERIKELEN

drs. J.F. van Waning,

Inleiding

Nog nooit is de belangstelling groter geweest dan de afgelopen jaren voor de beestjes in onze darmen. Misschien is beterom van plantjes te spreken omdat we het hebben over darmflora. Al veel langer waren de gunstige resultaten van herstel van de darmflora bekend bij een relatief klein aantal artsen en hun tevreden patiënten. Een twintigtal jaren geleden verschenen er melkproducten op de markt waaraan fysiologische darmbacteriën waren toegevoegd. Merkwaardig genoeg omstreeks diezelfde tijd verschenen er in de pers en in de officiële medische literatuur berichten over het katastrofale effect van lukraak antibiotica voorschrijven wegens het optreden van resistentie. Zo zouden er tegen tuberculose nog maar enkele werkzame antbiotica zijn overgebleven. Als ook hiervoor resistentie zou optreden stond de mensheid voor een ramp. Sinds het verschijnen van de melkproducten met darmbacterën wordt steeds vaker de term probiotica gebezigd als tegen hanger van de antibiotica. Pro(= voor) bio(=leven)tica waren vóór het leven (in dit geval van de mens), de antibiotica waren tégen het leven (van de ziekmakende bacterie in dit andere geval).

In artsenkringen wordt meestal nog gesproken over symbionten, dat wil zeggen bacteriën die met elkaar en met de mens samen leven, in symbiose tot beider voordeel.

De wetenschappelijke onderbouwing komt uit voor mij onverwachte hoek, namelijk uit de Landbouw Universiteit van Wageningen. Aldaar ligt de belangstelling voor voeding en gezondheid veel meer op de voorgrond dan bij de medische faculteiten, waar de interesse meer ligt op het gebied van ziekten en behandeling hiervan.

Getuige het groeien van de ziekenhuizen en de budgetten voor de volksgezondheid lijkt de vraag gerechtvaardigd of de ingeslagen weg de beste is. De belangstelling voor roken (kanker, hart – en vaatziekten en longziekten), voeding en beweging (hart-en vaatziekten) voedt het optimisme aangaande een mogelijk betere weg.

Vanuit verschillende universiteiten zijn wetenschappers zich bezig gaan houden met aandragen van bewijzen voor fenomenen die de eerder genoemde artsen al jarenlang hebben zien optreden, waaronder onderzoek met probiotica .Zo is een groep “Wageningers” in Finland bezig met onderzoek. In Nederland is onder meer Dr G. Jansen in 1991 gepromoveerd op het onderwerp: “Inactivatie van darmflora door antibiotica” en is Harro Timmerman bezig met de afronding van zijn promotie-onderzoek, dat gaat over de relatie probiotica en immuniteiet en in het bijzonder over bacteriën en bloedvegiftiging.

 

 

De ontwikkeling van de darmflora.

 

Het fenomeen borstvoeding blijkt ons telkenmale te kunnen verbazen. Als wetenschappers een of andere verbinding onderzoeken die belangrijk is, dan zit deze steevast in borstvoeding. Zo ook de melkzuurbacterie die zich in of aan de moedertepel ontwikkelt na daar door de zuigeling te zijn aangebracht korte tijd na de geboorte. Tijdens de geboorte blijven er melkzuurbacteriën “plakken” aan de mond van de baby. Bij elke voeding wordt de darm van de zuigeling geënt met deze bacterie, die zich goed kan ontwikkelen in de moedermelk. Vrijwel alle koolhydraten in moedermelk bestaan uit lactose (melksuiker), waarlijk krachtvoer voor de melkzuurbacteriën. Moedermelk bevat de meeste lactose van alle zoogdieren, 40% meer dan koemelk. Na één week bestaat de darmflora voor bijna 100% uity de lactobacillus bifidus. Bij flessekinderen bestaat de darmflora hoofdzakelijk uit bacteroïden en coliachtigen. De moederborst maakt antistoffen tegen bacteriën aan die de baby met zijn mond aan de tepel aanbrengt, zolang de baby’s immuunsysteem nog niet efficient werkt. Hiermee is de moederborst ook een deel van het immuunsysteem.

Het zuigen van de baby zorgt voor een vacuum, waardoor de speekselklieren leeggezogen worden en de vertering optimaal kan gebeuren. Als een baby koemelk krijgt, is deze meestal gepasteuriseerd waarbij veel labiele verbindingen veranderd zijn en enzymen geïnactiveerd zijn, wat de vertering bemoeilijkt. De van nature aanwezige afweerstoffen in de moedermelk moeten de flessekinderen ontberen, met eveneens meer kans op het ontwikkelen van een pathologische darmflora die bij overwoekering pathologisch kan worden. Bovendien zijn de gaatjes in de zuigspenen vaak te groot, waardoor er geen of minder vacuum optreedt en de moeilijker te verteren melk minder goed met speeksel vermengd wordt. Omdat er onvoldoende melkzuurbacteriën in de darm aanwezig zijn die voor een optimaal milieu voor de andere darmbacteriën moeten zorgen, veroorzaken al deze factoren een rottings- en of gistingsflora. Dit heeft zijn effect op alle andere slijmvliezen met als gevolg middenoorontsteking, bronchitis, sinusitiden enz. De goed bedoelde adviezen van de consultatiebureau-artsen (zoals te lezen viel in het tijdschrift Voeding Nu) om al snel met een groentehapje te beginnen omdat moedermelk te weinig ijzer zou bevatten, hebben daarentegen als gevolg dat de melkzuurbacteriën van de darmflora door het vele ijzer zich niet goed kunnen ontwikkelen en daardoor zorgen voor veel snotneuzen enz.

Als het te laat is om borstvoeding te adviseren is substitutie met Orthiflor-Junior een therapie met perspectief.

 

Negatieve invloeden op de darmflora

 

1. Grofstoffelijk

Zware metalen uit het gebit (de voeding speelt in het westen hierbij geen grote rol) en hun effect krijgt steeds meer aandacht. Het elektrisch effect kan belangrijk zijn, want een kies met amalgaam en een andere kies met een legering van goud samen in een mondholte met speeksel vormen een accu die potentialen kan opwekken die voor ons zenuwstelsel een behoorlijke bron van storing kunnen zijn. Maar ook het chemische effect van de zware metalen, die talloze enzymatische processen kunnen blokkeren krijgt onvoldoende aandacht. Ook bacteriën zijn afhankelijk van enzymatische processen en het hormoonstelsel van de vrouw blijkt gevoelig voor de aanwezigheid van zware metalen gezien het succes dat de gynaecologe prof. Gerhart oogst met het ontkwikken van vrouwen die niet zwanger kunnen worden en hierna wel zwanger worden.

Conserveringsmiddelen, al of niet toegelaten via de EEG-richtlijnen, conserveren alles behalve een goede darmflora en hierover is het laatste woord nog niet gesproken. Ook de met EEG-toestemming toegelaten geur-, kleur-en smaakstoffen, insectenbestrijdingsmiddelen, verdikkingmiddelen, stabilisatoren, voedingszuren, zuurteregelaars, antiklontermiddelen, glansmiddelen, vulstoffen en oppervlaktespanningverlagende zeepresten zijn wat mij betreft nog onvoldoende onderzocht op effecten op de darmflora en de spijsvertering. Volgens professor Linus Pauling krijgt de gemiddelde Amerikaan van deze stoffen zo’n acht kilo per jaar binnen.

Het chloor uit het drinkwater heeft als functie het doden van ziekteverwekkende bacteriën. Als wij dit water drinken bezit het deze eigenschap nog steeds. Gelukkig wordt het drinkwater in Nederland bacterievrijgemaakt met andere methoden als ozon.

Medische oorzaken. Antibiotica worden gelukkig in Nederland enigzins terughoudend voorgeschreven. In landen als Spanje en in landen waar verkoop van medicijnen een essentieel bestanddeel vormt van het inkomen van de geneesheren ligt dit vaak anders. Ik weet niet of het een anecdote is, maar ik heb mij laten vertellen dat er landen (zoals Zwitserland) zouden zijn waar de arts na een antibioticum de patiënt een probioticum voorschrijft om de schade aan de darmflora te herstellen

Bij een keizersnede krijgt de zuigeling niet de melkzuurbacteriën aan zijn mond wanneer hij de vagina van de moeder passeert en komt de kolonisatie van de babydarm minder goed tot stand.

Laxeermiddelen verwijderen voornamelijk melkzuurbacteriën uit de darm, met mogelijk grote gevolgen voor de rest van de darmflora.

 

2. Fysiologisch-functioneel

Wij hebben vitamines nodig voor de opbouw van enzymen, die op hun beurt nodig zijn om het genuttigde voedsel te verteren. Bij vitaminegebrek door grotere behoefte (stress), verminderde intake door onvolwaardige voeding of grotere uitscheiding (diarree), kan het onverteerde voedsel in de vochtige en warme omgeving in de darm gaan rotten en gisten

 

3. Humoraal-cellulair: Voeding

 

Indachtig de formule van F.X. Mayr Voeding = Voedsel x Vertering spreken we vaak van voedsel als we levensmiddelen (wat een prachtig woord is dit) bedoelen.
De vertering zorgt ervoor dat via de stofwisseling (ook dit is een prachtig woord) voedingsstoffen ter beschikking komen voor de cellen van ons lichaam. Alle factoren die de vertering beïnvloeden hebben hun effect op de darmflora omdat het milieu in de darm verandert door de gevolgen van:

- Meer eten dan we (kunnen) verteren. Het goed bedoelde “Bordje leegeten” en “Je krijgt pas een toetje als je je bord leeg hebt” zorgen voor overvoeding.

- Gejaagd eten waardoor we onvoldoende spijsverteringssappen produceren

- Te vaak eten waardoor de enzymaanmaak van het speeksel en de alvleesklier

niet optimaal is.

- Eten op het verkeerde moment, we nuttigen de grootste maaltijd wanneer de vertering op zijn zwakst is.

- Het drinken bij het eten verdunt het maagsap en maakt het hierdoor minder werkzaam.

- Een verkeerde samenstelling van de maaltijd.

Overwegend eiwit in het voedsel zal, zeker wanneer de fysiologische darmflora verdwenen of onvoldoende aanwezig is door bovengenoemde oorzaken, kunnen leiden tot een rottingsflora met een stinkende ontlasting (zwavelverbindingen uit het eiwit). Een voeding met overwegend koolhydraten zal, zeker bij een pathologische darmflora, kunnen leiden tot een gistingsflora, waarbij de gasvorming reukloos kan zijn (kooldioxide en alcohol uit de koolhydraten).

Een voeding met beide componenten (geconcentreerd eiwit èn koolhydraten) kan bij een zwakke spijsvertering leiden tot afwisselend rotting en gisting. De ideeën van de gescheiden kost hebben weinig van hun waarde verloren.

Diverse gisten kunnen het oestron dat in bieten voorkomt omzetten in het vrouwelijke hormoon oestradiol. Bij het eten van grote hoeveelheden bietensap kan dit gevaar opleveren bij hormoongevoelige tumoren.

4. Energetisch

 

Chacra 4 (de plexus solaris/zonnevlecht) staat voor het ontwikkelen van het ‘ik’, Chacra 5 (het hartchacra) staat voor het ‘we’. Vreemde invloeden nemen we op en integreren wij tot ik. Bij de spijsvertering en stofwisseling doen we in wezen hetzelfde, een deel van de buitenwereld, bijvoorbeeld een appel of een olijf, worden tot ons lichaam ook ‘ik’. Invloeden die de vorming van het ik beïnvloeden, kunnen in deze zienswijze de spijsvertering beïnvloeden. Zo zal het voor iemand die de hongerwinter heeft meegemaakt moeilijk kunnen zijn van voedsel af te zien en vasten is voor zo iemand, die de hongerperiode nog niet heeft verwerkt of geïntegreerd wellicht onmogelijk. Een aantal van ons zal de ‘fouten’ bij het eten slecht kunnen vermijden, bijvoorbeeld omdat in het gezin teveel en verkeerd voedsel werd gezien als vervanging van de ontbrekende aandacht.

5. Emotioneel/astraal

We weten allemaal dat het ons wel eens dun door de broek kan gaan kort voor een examen. Angst heeft dus duidelijk een effect op onze darm. Van kinderen die hun protest willen laten blijken weten we dat zij dan hun ontlasting in kunnen houden. Evenzogoed is het bekend dat in Duitsland het in bepaalde kringen gebruikelijk is een kind te vernederen door het een lavement te geven, zodat het gedwongen wordt zijn controle op te geven.

Bij heftige woede verplaatst zich het bloed van de darmen naar de spieren. Op dat moment hoort het daar te zijn om de spieren te voorzien van bloed en deze de gelegenheid te geven in actie te komen om de verkrachter van je vrouw via lichamelijk geweld duidelijk te maken dat een grens is overschreden. De spijsverte-ring staat op dat moment op een laag pitje, in dit geval geen slechte zaak. Wanneer het gevecht is afgelopen en de adrenaline en de corticosteroïden zijn afgebroken komt de spijsvertering weer op gang. Het probleem kan ontstaan wanneer, al of niet vermeend, een mens zich continu in stressvolle situatie bevindt. Het chronisch bloedtekort in de darm zorgt voor een anaerob milieu waarin anaerobe bacteriën zich goed kunnen ontwikkelen en de aerobe minder goed. Een dysbacteriose of een candida-overgroei kunnen het gevolg zijn. Ook is bekend dat topsport met de hiermee gepaard gaande stress kan zorgen voor (langdurig) diarree.

6. Mentaal


Voedsel kan ons voelen en denken beïnvloeden, dit zal een ieder bekend zijn die een alcoholist of junk of sigarettenroker heeft gadegeslagen. Mevrouw Lidy Pelsser heeft tijdens het Folia Orhica symposium in 2001 verteld over haar onderzoek betreffende het vóórkomen van ADHD door voedseladditieven. Maar ook tekorten aan essentiële stoffen als vitamines kan een mens tot crimineel gedrag leiden. Hetzelfde is aangetoond met omega-3 vetzuren, waarbij een toediening aan criminelen in een significant deel van een aantal van deze criminelen een gedragsverandering in goede zin teweeg kon brengen. Omgekeerd zal een respectloze houding in het leven kunnen leiden tot een voedingskeuze met weinig respect voor de eigen gezondheid, wat we kunnen zien bij yunkfood. De invloed van yunkfood op de darmflora laat zich raden en met enige pech is er sprake van een vicieuse cirkel.

 

 

Toxisch colon

Omdat hieronder het begrip neurotransmittor enkele keren zal vallen volgt enige toelichting.

In het verleden werd er onderscheid gemaakt tussen hormonen en neurotransmitters in engere zin. De hypofyse produceerde hormonen, die vervolgens andere organen aanzetten tot het produceren van hormonen. Zo zorgde het TSH, het thyreoid stimulerend hormoon uit de hypofyse, ervoor dat de schildklier het schildklierhormoon ging aanmaken. Dit schildklierhormoon had een taak om andere organen of celgoepen te activeren, waardoor bijvoorbeeld de stofwisseling verhoogd en de groei bevorderd werd. Van de neurotransmitters waren er aanvankelijk niet zoveel bekend, maar namen als L-dopa en acetylcholine zullen u waarschijnlijk bekend voorkomen. Inmiddels zijn er talloze andere ontdekt, zoals serotonine, GABA, aspartaam en glutamaat. De laatste twee zijn ook bekend als kunstmatige zoetstof en vetsin uit het Chinese restaurant. Veel hedendaagse partydrugs zijn (varianten van) neurotransmitters en het onderscheid tussen hormonen en neurotransmitters lijkt tegenwoordig meer practisch dan wezenlijk. In onze darm worden door bacteriën neurotransmitter achtige stoffen aangemaakt. Wij nemen met ons voedsel hormoonachtige stoffen op (fytohormonen), onze darm maakt zelf hormonen aan en in ons voedsel zitten hormonen uit het vlees van het slachtdier (waaronder adrenaline), en ook helaas af en toe aan het slachtdier toegediende hormonen. Tegelijkertijd zien we eensteeds maar toenemend aantal mensen met vage klachten en een erg groot aantal mensen in de WAO. Ik vraag mij af wie het overzicht nu nog bewaard heeft over oorzaak en gevolg met betrekking tot gezondheid.

In een darm met een afwijkende darmflora, kunnen zich naast de fysiologische colibacteriën (coli = uit het colon, dit is de dikke darm) zogenaamde paracolibacteriën bevinden die te herkennen zijn aan een afwijkende kolonievorming bij een kweek; met ook parasieten of gisten. Deze bacteriën en talloze andere bacteriën en schimmels, wormen, amoeben enz., die leven van door de dunne darm niet opgenomen voedsel, storten hun stofwisselingsproducten in de darm uit.

Hieronder zijn een aantal gasvormige stoffen zoals koolzuurgas, methaan, waterstof-, nitro- en waterstofsulfide (H2S of moerasgas) en ook azijn-, melk- en boterzuur.

Uit lecithine kunnen choline en verwante toxische amines zoals neurine ontstaan.Veel aminozuren worden door bacteriën omgezet in toxische amines (ptomaines). Zo kan er cadaverine ontstaan uit lysine, putrescine, spermine en agmatine uit arginine (door de gewone Escherichia coli), tyramine uit tyrosine, putrescine uit ornithine, en histamine uit histidine. Veel van deze verbindingen zijn krachtige vaatvernauwende stoffen. Alcohol is juist een vaatverwijder. Tryptophaan kan omgezet worden in indole methylindole (skatol), de substantie die de typische onlastinggeur veroorzaakt. Het zwavel bevattende aminozuur cysteïne kan omgezet worden tot methylmercaptaan en H2S. In de dikke darm worden aanzienlijke hoeveelheden amoniak aangemaakt door bacteriën. Deze amoniak komt terecht in de portale circulatie, waar het meestal door de lever snel uit het bloed verwijderd wordt. Bij leverfunctiestoornissen kan de concentratie in het bloed stijgen tot toxische concentraties. De bacterieflora omvat 25% van het gedroogde gewicht van ontlasting. Een gezonde darmflora maakt B vitamines aan, inclusief B12 en vitamine K.

Onder deze stofwisselingsproducten bevinden zich meer of minder giftige stoffen, maar ook stoffen die een neurotransmitterachtige werking kunnen hebben. Hiervan is alcohol een voorbeeld.

In een enige tijd geleden verschenen artikel was te lezen dat de darmflora een effect zou hebben op de hormoonhuishouding bij de vrouw. Als wij weten dat de darm zelf ook hormonen aanmaakt en dat de toestand van de darm afhankelijk kan zijn van de spijsvertering (F.X. Mayr) en dat 80% van ons immuunsysteem zich in of aan de darm bevindt en als wij ook beseffen dat de darm de oppervlakte heeft van een voetbalveld met aldus een enorm vermogen tot opname en afgifte van stoffen, dan dringt zich de gedachte op dat de darmflora wel eens heel belangrijk zou kunnen zijn. De al eerder genoemde wetenschappelijke onderzoeken, zo u wilt bewijzen, stapelen zich op.

Al in 1974 schrijft Prof. Seeger in zijn boek “Krebs - problem ohne Ausweg?” dat stap nummer negen van zijn Zehn-Wege-Therapie de ‘Beseitigung’ is van de dysbiose en normalisering van de darmbacteriën door Symbioselenkung, omdat bij mensen met kanker er in de darm een kankerspecifiek overzadigd dicarbonzuur, het maleïnezuur, geproduceerd wordt, terwijl bij gezonden daar het verzadigde dicarbonzuur barnsteenzuur, dat kankercellen oplost, gemaakt wordt.

Collegae Houtsmuller en Valstar bevestigen de al geruime tijd in de praktijk opgedane gunstige ervaringen door in hun op wetenschappelijke artikelen gebaseerde boeken eveneens gewag te maken van het belang van met name de: Lactobacillus bacterie.

Er bestaan diverse stammen zoals:

Lactobacillus acidophilus

Lactobacillus fermentum

Lactobacillus caseï

Lactobacillus. rhamnosus

Lactobacillus gasseri

Lactobacillus salivarius

Lactobacillus bulgaricus en

Lactococcus lactis.

Verder staan op het etiket van veel melkzure melkproducten de namen van andere probiotische bacteriën, zoals:
Bifidobacterium breve

Bifidobacterium bifidum

Bifidobacterium infantis

Bifidobacterium animalis

Bifidobacterium lactis

Bifidobacterium longum

Bifidobacterium adolescens

Propionibacterium freudenreichii

Escherichia coli

Enterococcus faecium

Enige voorbeelden van medisch onderzochte toepassingen zijn: verlaging van kans op infecties bij kinderen, ontgiften van schimmeltoxine ochratoxine A, binding van aflatoxine, metaboliseren (omzetten) van ureum in aminozuren, immunostimulans bij bestraling en chemotherapie en diarree. De FAO (The Food and Agriculture Organisation of the UN) erkent het therapeutisch effect van probiotica bij diverse vormen van diarree (door antibiotica, reizigersdiarree, infectieuze diarree (Rotavirus) en voedselinfecties), constipatie, Inflammatory Bowel Disease, Irritable Bowel Syndrome en Helicobacter Pylori infectie. Uit eigen ervaring kan daaraan toegevoegd worden: Middenoorontsteking, buis van Eustachius insufficientie (bij duikers belangrijk), voorhoofdholten- en kaakholteninfecties, bronchitis, eczeem, furunculose, enz.

Voorts elke ziekte of aandoening die te maken heeft met het thema ontslakken/ontgiften. Dus bij elke (langere) vastenkuur, complex-homeopatische drainage of fytotherapeutische drainage kan het toepassen van probiotica de resultaten vergroten, versnellen en langduriger maken.

De term toxisch colon komt uit het standaard biochemieboek van Lehniger. Hij noemt de volgende aangetoonde stoffen van een pathologische darmflora:

Agmatine, ammonia, fenol, boterzuur, cadaverine, cresol, ethylalcohol, fenol, foezelolie, formaldehyde, histidine, idoethylamine, indican, indol, koolzuurgas, maleïnezuur, mescariene, methylgandine, methylmercaptaan, moerasgas, neurine, nitrosamine, penthyleendiamine, polyamine, ptomarropinen, putrescine, sepsine, skatol, sulferroglobinen, urinezuur, enz.

Melkzuurbacteriën maken in de darm melkzuur aan. Dit doet deze bacterie ook in de vagina, zodat er een zuur milieu ontstaat waar parasieten het niet naar hun zin hebben. Helaas hebben spermatozoën het ook niet echt naar hun zin in al dat zuur, vandaar dat moeder natuur de man het vermogen heeft meegegeven mèt de zaadcellen een portie basische vloeistof mee te sturen om het zuur te neutraliseren. Maar omdat ieder voordeel z’n nadeel heeft ontdekte de patholoog anatome mw. M. Boon al turend door de microscoop dat bij vrijwel iedere afwijking in het uitstrijkje er tevens sprake was van een afwijkende vaginaflora en een overgroei van allerlei parasieten. De oorzaak van dit alles was volgens haar het pilgebruik. De vagina heeft enkele dagen nodig om zich van het ontzuringsbombardement te herstellen. Wanneer door de continue ‘beschikbaarheid’ van de vrouw er vaker dan twee maal per week gemeenschap plaatsvindt, kan hier geen optimaal herstel van de vaginaflora op volgen. Het na de gemeenschap spoelen van de vagina met melkzuur zou de beste oplossing zijn om het zure milieu zo spoedig mogelijk te herstellen. Grappig is het feit dat vroeger vrouwen als anticonceptie een in azijn gedoopt sponsje de vagina inbrachten en het lijkt erop dat we dankzij de pil weer honderd jaar zijn teruggeworpen in de tijd.

Er zijn ook vrouwen die hun vaginaflora met lokale probiotica proberen te herstellen door een in biogarde gedoopte tampon in te brengen en vaak met succes. Een wat elegantere methode vormt het irrigeren met een oplossing van melkzuurbacteriën. Deze bacteriën zijn onder de microscoop te herkennen als de staafjes van Döderlein. Het belang van een gezonde vaginaflora in verband met een optimale kolonisatie van de babydarm is eerder ter sprake gekomen.

Soms beveelt men een melkzuuroplossing aan bij darmklachten in de vorm van melkwei. Hoe het zit met de passage door de maag en de ontzuring door de alvleeskliersappen is mij niet duidelijk, maar het “Wer heilt hat recht” blijft gelden.

De gevolgen van een afwijkende darmflora

 

Allereerst zijn er de mechanische gevolgen van gasvorming door gisting of rotting. Deze kunnen ernstige buikpijn veroorzaken, een (te) veel voorkomende klacht, waarvoor de medische oplossing het geven van een oppervlaktespanning verlagend medicament kan zijn. Als gevolg hiervan knapt de luchtbel als een zeepbel uiteen, wordt door de darm opgenomen en door de tevreden patiënt uitgeademd. De winden verlaten dus via de longen het lichaam. Diarre of obstipatie vormen een groot deel van de klachten waar de huisarts mee geconfronteerd wordt.Vanuit de humoraalpathologie wordt gesteld dat er vrijwel geen ziekte is die niet in grotere of kleinere mate mede bepaald wordt door de directe of indirecte gevolgen van een afwijkende darmflora. Zowel acute als chronische ziekten kunnen hun oorsprong hebben in een gestoorde spijsvertering en de stoffen die hierbij vrijkomen. Het kan er hierbij gaan om verzuring van de lichaamsvloeistoffen, maar ook om de direct toxische invloed op cellen of organen of om het neurotranmittor-effect. Reckeweg heeft handen en voeten gegeven aan de theorie van de homotoxicologie, waarbij in de tijd een toenemende belasting met toxines uit de stofwisseling een scale aan aandoeningen veroorzaakt, die hij per kiemblad in een fraai schema heeft gerangschikt. Van sinusitus tot galstenen, van maagzweren tot eczeem, zijn volgens deze opvatting ziekten het gevolg van teveel van het verkeerde (uit de spijsbrei). Maar ook te weining van het goede kan ziekte tot gevolg hebben. Vitaminegebreken of gebrek aan essentiële vetzuren blijken een steeds grotere rol te spelen.

Door afwijkingen in de darmflora en hierdoor ontstane irritatie of ontsteking van de darmwand kan de situatie ontstaan dat de darm vocht gaat uitscheiden of niet meer in staat is voldoende vocht aan de spijsbrei te onttrekken. Met het vocht worden mineralen, vitamines en voedingsstoffen meegenomen. Met deze vorm van diarree kan de opname in gevaar komen en de genoemde stoffen uitgescheiden worden. Ook de door een fysiologische darmflora geproduceerde B-vitamines zullen samen met de andere wateroplosbare vitamines zoals vitamine C en bèta-caroteen het lichaam

verlaten, waardoor onder andere het spijsverterend vermogen kan afnemen.

 

 

De diagnostiek van de afwijkende darmflora

Deze geschiedt op drie manieren:

A anamnese

B lichamelijk onderzoek

C laboratoriumonderzoek

Ad A.

Bij de anamnese vragen we of er borstvoeding ontvangen is, of er slijmvliesziekten zoals sinusitiden en bronchitiden opgetreden zijn, of er (frequent) antibiotica zijn gebruikt, hoe de aspecten zijn van de ontlasting: dagelijks, moeiteloos geproduceerd, niet stinkend, lichtbruin, worstvorming, glanzend, niet drijvend, onbevuilde anus, of er sprake is van gasvorming en de geur hiervan, of er regelmatig buikpijn is of rommelen in de buik enz. Een uitgebreide voedingsanamnese geeft vaak veel verheldering.

Ad B.
Bij het lichamelijk onderzoek kijken we naar de vorm van de buik/ de houding van het lichaam volgens de door F.X. Mayr opgestelde criteria. We meten en luisteren met de stethoscoop, palperen, percuteren enz.

Ad C.
Bij het laboratoriumonderzoek kan via gekleurde preparaten gekeken worden naar de samenstelling van de darmflora. Via elektronenmicroscopie kan zelfs een driedimensionale afbeelding gecreëerd worden van elke bacterie..

Via kweken in petrischaaltjes kunnen ook koloniën gedetermineerd worden.

Theoretisch zouden uit de producten die bacteriën maken ook conclusies getrokken kunnen worden.

In de praktijk geven anamnese en lichamelijk onderzoek meestal voldoende informatie om de diagnose dysbacteriose te stellen. In mijn opleiding tot arts heb ik geleerd dat laboratotiumonderzoek meestal dient om een eerder gestelde diagnose te bevestigen. En omdat bovengenoemd onderzoek vaak niet vergoed wordt en niet erg goedkoop is, is de geschetste handelwijze doorgaans wat er gebeurt.

Bij onvoldoende resultaat van de behandeling is laboratoriumonderzoek wel aangewezen.

 

Indicaties voor probiotica/symbiontentherapie

De idicaties hierna genoemd zijn afkomstig uit de patiëntenfolder van de ABNG-2000:

Spijsverteringsstoornissen en darmklachten

Gewrichtsklachten en spierpijnen

Hoofdpijn en migraine

Doorbloedingsstoornissen

Chronische infectieziekten

Moeheid/ ME-syndroom

Gewichtsproblemen

Schimmelinfecties/hypoglycemie

Allergieën

Keel-, neus-, en oorproblemen

Luchtweginfecties

Chronische en/of degeneratieve ziektes

Concentratiestoornissen, depressies

 

Een uitgebreidere lijst is opgenomen in mijn boek “Alles over Vasten”


Contraïndicaties voor probiotica/symbiontentherapie

In de natuurgeneeskunde heeft altijd het adagium: nooit schaden, zwaar meegewogen. Zodoende werd tot nu toe aangenomen dat tijdens antbiotica-, corticostroïden- en chemotherapie geen probiotica gegeven zouden mogen worden om overgroei te voorkomen. Bij chemotherapie werd verondersteld dat, bij een door deze medicamenten veroorzaakte daling van de immuniteit, de goedaardige darmbacteriën zich zouden kunnen ontpoppen als ziekteverwekkers, zoals bij blaasontsteking wel het geval lijkt te zijn.

Inmiddels is uit onderzoek gebleken dat de combinatie van anti- en probiotica juist een gunstig effect heeft. Wellicht zal blijken dat ook ten aanzien van de combinatie chemotherapie/probiotica we te voorzichtig geweest zijn. In elk geval weten we vanuit de orthomoleculaire oncologie dat probiotica (de Lactobacillus acidophylus) na chemotherapie een goede therapie is om de gedaalde weerstand op te vijzelen. Het gevolg hiervan is in een aantal studies aangetoond en betreft een betere levenskwaliteit en een langere overlevingstijd.

De probiotica-therapie

De oude term symbiontentherapie geeft nog iets fraaier weer dat het de symbiose betreft tussen diverse bacteriestammen en de gastheer. Graag wil ik er met nadruk op wijzen dat probiotica-therapie (vrijwel) nooit op zichzelf staat en (bijna) altijd in cominatie met voedingsadviezen c.q. vasten- of darmreinigingskuren gepaard gaat. De enige uitzondering mag wellicht een probiotica-kuur ( met Orthiflor Original) zijn na het slikken van anti-biotica. De vraag blijft uiteraard waarom de anti-bioticakuur noodzakelijk was gebleken en hoe de te behandelen aandoening is ontstaan

Een waarschuwing vooraf is wellicht op zijn plaats. De behandeling mag heel eenvoudig lijken en is in wezen ook eenvoudig. In de praktijk komen we toch talloze factoren tegen die als uitdaging opgevat kunnen worden maar die bloed bij de patiënt, zweet bij de arts en tranen van geluk of pech bij beiden, kunnen opleveren. In de darm vormen de melkzuurbacteriën als het ware een tapijt waarop de andere fysiologische darmbacteriën zich behaaglijk voelen en zich goed voortplanten. Bacteriën creëren hun eigen milieu, vandaar dat het een tijd duurt voordat een darmflora veranderd is. Het risico van te snel stoppen met een darmflorapreparaat is dat de oude flora vrij snel terug komt. Dit is wetenschappelijk aangetoond door een aantal (Nederlandse) wetenschappers uit Finland. Zij keken hoe lang het duurde voordat een door probiotica veranderde darmflora weer terug bij af was. Hoe korter de tijd van toediening, hoe korter de tijdsduur waarin de darmflora zijn oorspronkelijke samenstelling vertoonde. Uit experimenteel onderzoek blijkt dat een toediening van probiotica korter dan enkele maanden een verandering laat ziet in de darmflora, die bij stoppen van de toediening binnen enkele weken weer terug bij af is. Vandaar dat symbiontentherapie als regel één (bij kinderen) of meer jaren (bij volwassenen) tijd vraagt.

Enkele termen die regelmatig zullen terugkeren zal ik eerst bespreken:

Milde kuur, Basiskuur, Symbiontendrankje, Budwigpap. In beide kuren komt de Budwigpap voor. Wanneer het belangrijk is de hoeveelheid voedsel beperk te houden kan voor de symbiontendrank gekozen worden.

De milde kuur is een kuur met als doelen de darmflora te herstellen en een ontgifting op (relatief) milde wijze te bewerkstelligen.

De voeding wordt veranderd in ’s ochtends Budwigpap, ’s middags een eenvoudige vegetarische maaltijd, met wat rauwkost en ’s avonds wederom Budwigpap.

De basiskuur is wat intensiever en heeft als doelen de darmflora te herstellen en op intensieve wijze het organisme te ontgiften. Na een lever/galkuur wordt enkele dagen gesapvast, dan wordt enkele dagen tweemaal daags symbiontendrankje gegeten, gevolgd door enkele dagen Budwigpap. Geleidelijk worden een granenpapje en een rauwkostschoteltje geïntroduceerd, steeds op geleide van het spijsverterend vermogen. Nu pas komen brood en gekookte groenten aan bod en van hier af zijn de basiskuur en de milde kuur identiek.

Het symbiontendrankje is samengesteld uit een yoghurtachtige substantie en kan op verschillende manieren worden samengesteld. Als basis een eetlepel biogarde, aangevuld met een opengemaakte capsule Orthiflor-Basic, ofwel een sachet Orthiflor plus. Een andere manier van toedienen is die welke op de verpakking wordt aangeraden, nl. de inhoud van een sachet op te lossen in water.

Aanpassingen bij melkeiwitallergie zijn soms nodig, waarbij sojapreparaten dan een goede optie kunnen zijn als vervanger van yoghurt of kwark en als darmflorapreparaat Orthica Atopic (tweemaal daags). Dit geld ook voor de Budwigpap, vernoemd naar de voedseldeskundige Johanna Budwig uit Freudenstadt die enkele zeer lezenswaardige boekjes geschreven heeft over vetten. Zij was een pionier en merkte op dat de combinatie van lijnolie en kwark een krachtvoer bij uitstek bleek te zijn, dat veel gezonde energie geeft een een minimum aan afvalproducten. De goede vetten (Omega-3 vetzuren die rijkelijk in lijnolie en in Fish-EPA aangetroffen worden) hebben een geweldig regenerend effect op de celmembaan, het immunsysteem enz, enz. De Budwigpap is uitstekend te combineren met de probiotica/symbiontentherapie omdat met de (melkzure) kwark het ideale milieu wordt meegegeven aan de bacteriën. Bij problemen met kwarkgebruik door bijv. melkeiwitallergie kan het ondersteunen van het milieu met Orthiflor-Plus, waarin de oligofructose een goede groeistof vormt voor de lactobacillen een alternatief vormen.

Minder bekend maar zeer nuttig kan het zijn preventief darmflorapreparaten te slikken bij reizen naar het buitenland ter voorkoming van reizigersdiarre of ergere darminfecties. Voor mensen die snel neigen tot reizigersdiarre kan Orthiflor Original beter met een een milieuvriendelijk “antibioticum” als Orthisept gecombineerd worden. De preparaten als Orthiflor-Original of Ortiflor-Basic, en ik spreek ook uit eigen ervaring, kunnen veel ellende voorkomen. Ellende die bleek uit de verhalen van landgenoten die in o.a. Nepal een groot deel van hun vakantie meer toiletten dan tempels bezocht hadden. Omdat we hier preventief werken hoeft de symbiontentherapie niet erg lang te duren, bijvoorbeeld tot enkele weken na het bezoek aan een ver land. Ook na een antibioticumkuur kan de ontstane schade aan de darmflora vaak in betrekkelijk korte tijd (zes weken tot drie maanden) hersteld zijn, omdat weliswaar de fysiologische darmbacteriën voor een groot deel verdwenen is, maar het milieu in de regel nog niet ernstig is verstoord door pathogene bacteriën.Dit kan het geval zijn na operatieve bahandeling ten gevolge van een ernstig auto-ongeluk waarbij preventief antibiotica worden gegeven om ernstige infecties te voorkomen..

De behandeling mag als geslaagd worden beschouwd wanneer de oorspronkelijke klacht verdwenen is en blijft, de oorzakelijke factoren geëlimineerd zijn en de verschijnselen van dysbacteriose verdwenen zijn.

 

 

Enkele patiëntengeschiedenissen uit de praktijk

 

Hieronder zal ik enkele patiënten voordragen die succesvol behandeld zijn met probiotica. Omdat vrijwel bij elke patiënt bij mij symbionten krijgt voorgeschreven zou ik hier enkele boeken vol over kunnen schrijven.

In mijn boek laat ik enkele patiënten aan het woord. Hiervan zal ik een enkeling voordragen. Bovendien enkele patiënten die genezen zijn voor een aandoening die regulier medisch gezien ongeneeslijk waren.

 

Omdat het de omvang van de syllabus te groot zou maken, zal ik de onderstaande vragen in zijn algemeenheid beantwoorden.

- Wat voor iemand krijg je voor je en wat bleek uit de anamnese?

Mij consulteren vaak vrouwen (60%) of moeders (voor hun kinderen) en later ook de partner. Meestal hebben zij enige voorkennis, vaak hebben zij mijn boek gelezen. Het doel van de anamnese is trachten een beeld te krijgen op welke van de zeven te onderscheiden niveaus van ons bestaan er sprake is van disbalans en trachten het aangrijpingspunt voor de aanvang van een therapie te vinden

Bij de anamnese vraag ik naar de huidige klachten, de manier van eten en het ontlastingpatroon. Ook naar vroegere ziekten, genotmiddelen en medicijngebruik.

- Wat blijkt uit het lichamelijke onderzoek?

Naast het gewone huisartsonderzoek maak ik gebruik van de diagnostiek volgens Mayr, die de humoraalpathologie en de diagnostiek van het spijsverteringskanaal omvat. Bij het bekijken van de tong (beslag?, oedeem?) let ik op de aanwezigheid of de volledigheid en de toestand van het gebit en de aanwezigheid van (veel?, grote?, donkere?) amalgaamvullingen.
- Wat is je diagnose?

De diagnose wordt meestal niet uitgedrukt in één woord of begrip maar bestaat bij mij uit het onderstrepen van de belangrijkste aandoeningen en bevindingen, b.v. (grote?, lelijke/slecht genezen?) littekens.
- Wat is je behandelingsplan en welke Orthica-producten zet je in?

Het behandelplan omvat vrijwel altijd een darmflorarestauratie/ontgiftingskuur of elementen daaruit omdat deze aanpak op een breed gebied de oorzaken en de gevolgen kan oplossen. Het onderscheiden in vitaal en atofisch type (Mayr) kan de kans op succes vergroten.

Ik stel mij steeds de vraag :is hier sprake van teveel van het verkeerde of te weinig van het goede.Dit kan betrekking hebben op o.a. vitamines, toxines, energie, waardering en inspiratie Bij gebreken kan substiutie een rol spelen (Moerman diagnostiek). Bij teveel kan een kwiktest ingezet worden, Bij twijfel aan de weerstand geeft de test van Vernes goede informatie (chronisch vermoeidheids syndroom), bij vermoede allergie is de IGg4 t.a.v. voedingsbestanddelen te meten, indien nodig kan een verlengde glucose-tolerantie test belangrijk zijn , afwijkingen in de wervelkolom zijn op te sporen, enz. enz.

Welke Orthica producten ik inzet is naast vrijwel altijd een probioticum een product wat effect heeft op een nevenprobleem. Dat kan de spijsvertering betreffen. Dan kunnen enzymen ingezet worden, bij een vitaminegebrek dient een enkelvoudig of multivitaminepreparaat ingezet te worden, bij een kwikvergiftiging is selenium een prachtig middel, bij de Moermantherapie zijn de acht aanvullende (orthomoleculaire) stoffen aangewezen, enz. enz.
- Resultaat.

Het resultaat kan lang op zich laten wachten. De vuistregel dat de genezing zoveel maanden duurt als de kwaal in jaren aanwezig geweest is, geeft al aan dat de behandelingsduur flink kan oplopen. Wanneer de kwaal na korte tijd verdwenen is, wat regelmatig voorkomt, dient de kuur toch voortgezet te worden omdat anders een terugval haast wel te voorspellen is. Dit omdat een veranderde darmflora zonder voortzetting van de therapie binnen korte tijd terug bij af is.

Vaak zijn schijnbaar ongeneeslijke aandoeningen wel te verbeteren of te genezen, maar helaas niet altijd. In deze tijd is het steeds moeilijker voor mensen zich langere tijd aan therapievoorschriften te houden. Het “I want it all and I want it now” is helaas in meer of mindere mate ons denken ingeslopen.

1- De ziekte van Crohn = ileïtis terminalis = ontsteking van het laatste deel van de dunnedarm en colitis ulcerosa = ontsteking met zweren van de dikke darm. Volgens sommigen verschillende ziektebeelden, volgens anderen identieke, zij het op een andere lokatie

 

A- Hr. van R. uit W., 54 jaar, ambtenaar heeft voor de 4e maal proctitis (endeldarmontsteking) sinds z’n 43e, gaat 5 maal per dag naar het toilet met bloederige en slijmerige dunne ontlasting. Als hij door de stad loopt beheerst hem maar één gedachte: “Waar is de volgende WC”.

Hij gebruikt clysma’s met bijnierschorshormoon

Als therapie de basiskuur, bestaand uit de oliekuur, enkele dagen water, sap, enkele dagen symbiontendrank, enkele weken tot maanden Budwigpap, intussen aangevuld met granenpapje en rauwkostschoteltje. Hierna wordt brood en de warme maaltijd toegevoegd. Hij voelde zich al snel goed, enkel slap waardoor hij niet kon werken. Na zeven maanden last van winderigheid, hij is toen minder gaan eten en de klachten verdwenen.

Na 2 jaar kwam hij terug: tweejaar goed gegaan, nu plots 5 x daags loze aandrang met bloed. Als advies: de milde kuur. Deze start met 2x daags Budwigpap en een vegetarische warme maaltijd. Drie maanden vertelde hij dat alles als sneeuw voor de zon was verdwenen.

Vier jaar later vertelde hij dat het steeds goed was gegaan tot drie maanden geleden. In het ziekenhuis verdween het als sneeuw voor de zon met Salofalk. Hij is de Budwig weer gaan gebruiken, maar ook de Salofalk. Salofalk = mesalazine = 5-aminosalisylzuur = 5-ASA = “aspirine” en dit heeft waarschijnlijk een direct lokaal effect op de mucosa van het colon, waardoor het arachidonzuurmetabolisme wordt beïnvloed, hetgeen o.a. leidt tot remming van de prostaglandinesynthese. Insiders hebben van Dr Houtsmuller en anderen kunnen horen of lezen dat veel dierlijk eiwit als effect heeft dat (de verkeerde) prostaglandines aangemaakt worden. Vandaar dat in de diverse voedingstherapieën of vastenkuren de vleesvoeding ontbreekt of slechts met mate kan worden toegestaan.

 

B- Hr. + Mw. P. uit Zeeland lopen beiden op het toen nog AZL, bij hem is de dikkedarm al een aantal keer geopereerd, bij zijn vrouw nog niet.

Na een jaar behandeling bij mij wordt mevrouw genezen ontslagen, iets wat nog nooit eerder was gebeurd in de geschiedenis van het AZL, (in de woorden van mevrouw) want het betreft hier een chronische en dus ongeneeslijke aandoening. Mevrouw P. vertelde mij: haar man kreeg na 10 jaar een recidief. Twee chirurgen hebben verschillende standpunten, de een wil operen, de ander lijkt dat niet nodig. Mijn man hakte de knoop door en liet zich operen, wat tijdens de operatie bleek niet nodig te zijn geweest. Voorafgaand aan het recidief had hij een arbeidsconflict gehad met veel spanning.

Mevrouw mag haar verhaal doen op de televisie bij bij Henk de Mochèl en ik later bij een middag van de lever/darmstichting ook o.l.v. de heer de Mochèl. De heer Chriet Titulaer van wondere wereld verklaarde als diabeet nooit een alternatieve behandeling te zullen volgen. Inderdaad een wondere wereld. Beide evenementen hebben geen enthousiaste patiënten opgeleverd.

Hun dochter, een studente psychologie, blijkt eveneens de ziekte van Crohn te hebben.

Zij komt ook bij mij onder behandeling en er blijken veel emotionele gebeurtenissen haar leven gekleurd te hebben. Ze vermijdt emotionele afhankelijkheid omdat ze dan gekwetst kan worden. Na 4 maanden stopt ze met de behandeling, het gaat goed, zij vergeet de Salofalk vrij vaak.

Interessant is de “Organsprache”, want de darm is met zijn slijmvlies het orgaan bij uitstek om contact te maken met de buitenwereld en het vreemde je eigen te maken: de darm neemt de verteerde voeding op. Intiem (lichamelijk) contact gaat meestal via de slijmvliezen als we denken aan de geslachtsgemeenschap en de bij de jeugd erg in trek zijnde tongzoen. Ook (uiteraard) bestaat er bij homosexuele mannen behoefte contact te maken met het slijmvlies, waarvoor creatieve oplossingen zijn bedacht. Van vrouwen is dit wat minder bekend.

C- Mw uit R., afkomstig uit Suriname is tevens jarenlang bij het LUMC onder controle gebleven voor haar colitis ulcerosa. Bij haar heb ik naast de symbiontentherapie tevens rectaal toegediende zuurstof geadviseerd, nadat ik bij mijn leermeester van der Upwich bij patiënten hier goede resultaten van had gezien. Zuurstof in de darm kan ervoor zorgen dat ziekteverwekkende bacteriën die niet tegen zuurstof kunnen (de z.g. obligaat anaërobe bacteriën) het veld gaan ruimen en de ruimte gunnen aan de facultatief en/of obligaat aërobe bacteriën. Zij diende zich de zuurstof rectaal thuis zelf toe. Zij is 23 jaar klachtenvrij.

 

2 - Astmatische bronchitis of CARA = chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen of COPD = chronische obstructieve pulmonale (long) disease (ziekte). Tegenwoordig wordt er onderscheid gemaakt tussen het ziektebeeld waarbij de bronchiën tijdelijk en reactief vernauwd zijn (astma) en dat waarbij er een constante vernauwing van de bronchiën bestaat (COPD). Destijds werd dit verschil nog niet zo duidelijk gemaakt en beide CARA genoemd.

De behandeling van de long via de darm is interessant omdat darm en long veel op elkaar lijken in functie en anatomie. Vanuit de acupunctuur is bekend dat long en darm broertje en zusje zijn. Niet zo verwonderlijk als je kijkt naar de embryologische ontwikkeling. Maag, lever, alvleesklier als dikke- en dunnedarm en de longen ontstaan allen uit de oerdarm. Als je homeopatische/fytotherapeutische complexmiddelen bekijkt die voor de longen bedoeld zijn, zijn die vaak ook werkzaam op de darm. Zowel de darm als de long kunnen gassen opnemen en uitscheiden. Een wind kun je inhouden en die wordt dan door de darm opgenomen en later uitgeademd of verwerkt door de lever.

Een aantal medicijnen wordt tegenwoordig verneveld en het blijkt dat de long ze in deze vorm kan opnemen.

- Paultje die zijn benauwdheid overwon. Hij kwam timide binnen, bleek met doorzichtige blauwachtige wallen onder zijn ogen. Hij was elf jaar en hoestte al vier jaar. Na allerlei onderzoek kreeg hij van de specialist pillen en zetpillen om de luchtwegen te verwijden. Hoewel aangtoond was door onderzoek dat hij geen allergie had kreeg hij een spray tegen allergische reacties. Ondanks deze medicijnen ging het steeds slechter met hem en ging hij vooral ‘s nachts erg tekeer, waardoor het hele gezin wakker lag. Hij had weinig eetlust en zat snel vol. Zijn lievelingseten was erwtensoep en pannekoeken. Hij had twee maanden borstvoeding gehad, at nu de gewone pot mee en dronk veel melk. Bij onderzoek had hij een te bol buikje en klamme handen en voeten. Na een korte basiskuur en correctie van zijn voeding en eetgedrag (goed kauwen) waren tenslotte zijn koude handen en voor alles zijn longklachten volledig verdwenen.

Tien jaar later na deze behandeling met onder andere symbionten heb ik hem nog eens opgebeld, maar hij wist zich van zijn bezoek aan mij niets meer te herinneren. Desgevraagd verklaarde hij dat het goed met hem ging en dat hij zich niet kon herinneren ooit benauwd geweest te zijn.

 

3- ME of het chronisch vermoeidheids syndroom of het post viraal syndroom.

Toen ik pas begon (in 1977) had ik nog nooit gehoord van dit ziektebeeld of het zou moeten zijn vanuit de psychiatrie, waar het psychasthenie werd genoemd:”Ik wil wel, maar ik kan niet, want ik ben zo moe”. Dit was het zinnetje dat professor Bastiaanse ons bijbracht om het probleem duidelijk te maken.

A- Mij bezocht een middelbare scholiere die de afgelopen jaren steeds maar uitgeput was, haar school met moeite kon blijven bezoeken en alle vakanties liggend doorbracht op de stretcher. Zes jaar geleden was bij haar de diagnose toxoplasmose gesteld, maar therapie had haar geen energie gebracht. Van der Upwich begon altijd met het regelen van de spijsvertering door vasten en darmfloraherstel. Omdat ik geen ander mogelijkheid voor dit meisje kon bedenken besloot ik haar te behandelen met boven genoemde therapievormen. Na een jaar ging het uitstekend met haar en maakte ze een fietsvakantie door Nederland.

 

B- Een vrijwel identiek geval vormde een 55 jarige man die niet meer kon werken en zo moe was dat hij zijn aquarium vaak niet meer schoon kon maken. Na afloop van de behandeling kon hij weer halve dagen werken.

 

4- Oorsuizen

Een gepensioneerde man uit Leiden die gek werd van oorsuizen vertelde de eerste keer: “Als ik aan de sloot zat te vissen dacht ik vaak: ik wou dat ik er in donderde en verdronk” zei me na afloop van de behandeling: “Dokter als dit niet had geholpen, dan had ik er een eind aangemaakt. “ Het effect op de oren kan verklaard worden door een gunstig effect van de kuur op de lever en gal. De galmeridiaan loopt rond de oren en het effect van een storing in de galmeridiaan kan oorsuizen zijn.

Bij een andere patiënt met dezelfde klacht had de behandeling geen gunstig effect .

 

5- Reumatische aandoeningen.

A-De heer A. de J. uit A. was vanaf zijn 28e al 10 jaar onder behandeling van een reumatoloog. Hij voldeed niet aan de criteria van reuma, maar steeds speelde er een ander gewricht op en hij had al 10 jaar vocht in zijn linker knie en nu ook rechts. Als geneesmiddelen kreeg hij butazolidine of indocid.. Hij had ook wel een periode van 9 maanden gehad dat hij geen klachten had. Jaren later vertelde hij mij dat de specialist hem had voorspeld dat hij waarschijnlijk in een rolstoel terecht zou komen. Hij is elf jaar bij mij onder contole gebleven na de basiskuur en het is heel goed gegaan met hem. In die elf jaar een kleine korte terugval. Daarna kwam hij 3 jaar later nog een keer langs met vermoeidheidsklachten die met leverkruiden verdwenen.

 

B- Een jongetje met de ziekte van Bechterew (een reumatische aandoening van de rug) had zoveel last dat hij niet eens zijn haar kon wassen. Na enige maanden was hij trots dat hij dat weer kon.

 

C- Een man met een dikke reumatische knie kwam na mijn behandeling genezen terug bij zijn reumatoloog en kreeg te horen: ”Het is geen reuma geweest want de reumafactoren zijn verdwenen uit het bloed”

 

D- Een mevrouw met het syndroom van Sjögren (een symptoom dat hoort bij reuma en o.a. droge ogen omvat) had na afloop van de behandeling geen last meer van onstoken bindvlies van haar ogen.

 

6- Oogziekten

Mevrouw A.C. uit L, die geopereerd moest worden voor glaucoom (te hoge oogdruk) besloot eerst iets anders te proberen. Na betrekkelijk korte tijd bij mij in behandeling geweest te zijn ging zij naar het ziekenhuis. De oogarts mat de druk vlak voor de operatie en de operatie ging niet door: de druk bleek normaal te zijn geworden.

De verdraagbaarheid van de symbiontentherapie

 

Uit ervaring kan ik zeggen dat de symbionten/probiotica-therapie bijna altijd goed verdragen wordt. Omdat de combinatie hiervan met de Budwigpap een uitzonderlijk goede is combineer ik beide standaard. Uit onderzoek in het Academisch Ziekenhuis Groningen is ooit gebleken dat melkovergevoeligheid vaak niet optrad bij combinatie met melkzuurbacteriën. Een enkele keer vond een moeder dat haar kind niet goed reageerde op de kwark uit de Budwigpap. In kwark zitten minimale hoeveelheden melksuiker, omdat de meeste melksuiker omgezet is in melkzuur. Door onderzoek wordt het bestaan van overgevoeligheid voor lactose betwist. Overgevoeligheid voor melkeiwit of zelfs allergie bestaat in ieder geval wel. Allergiën bestaan voornamelijk voor eiwitten of door stoffen (nikkel) veranderde eiwitten (nikkelallergie), maar ook allergiën voor water of koude zijn beschreven. Voor water is het bijzonder omdat we zelf voor meer dan 80% uit water bestaan.

Orthiflor bevat geen melkeiwit en geen melksuiker en verdient bij twijfel zeker de voorkeur. Voor sommigen is de combinatie van de zeven bacteriën niet gunstig, maar voor anderen blijkt dit preparaat beter verdragen te worden dan de losse bacteriepreparaten. In dit laatste geval kan een belangrijke indicatie voor het toepassen van orthiflor kan ook gevormd worden door een reis naar het buitenland. Omdat onderbreken van de kuur tot een terugval kan leiden, kan dit perfect opgevangen worden door Orthiflor.

In de handel zijn voorts een aantal prebiotica en “para”biotica. Het kan dan voedingsstoffen betreffen die gunstig zijn voor de ontwikkeling van de darmflora. Een voorbeeld hiervan is het inmiddels obsolete oligofructose (gelukkig nog wel aanwezig in Orthiflor-Plus) waarvan gezegd kan worden dat het, net als goede honing, de bacteriegroei bevordert. Grapefruitpitten, Orthisept, combucha (theepaddestoel), propolis en vele andere orthomoleculaire stoffen kunnen het herstel van de darmflora ondersteunen in daarvoor geschikte situaties. In bepaalde gevallen zullen enzymen (Enzym-complex, Flavazym, Bromelaïne) door tijdelijk het verteren van voedselbestanddelen te verbeteren, een belangrijke invloed uitoefenen op het darmmilieu en aldus een versneld herstel van de darmflora bevorderen.

Duidelijk zal zijn dat allerlei andere orthomoleculaire preparaten die de vertering bevorderen ingezet kunnen worden als dit nodig is. Hierbij valt te denken aan galproductie, leverfunctie en alvleesklierfunctie verbeterende preparaten.

 

De toekomst van de probiotica.

De toepassing van probiotica bij de behandeling van vele ziekten zal verfijnder worden. Er is nu al gebleken dat de ene stam bacteriën een grotere invloed heeft op de humorale afweer, een andere stam meer op de cellulaire afweer.

Ziekten die meer met de humorale afweer te maken hebben, zoals allergiën, zouden dan met een passend bacteriepreparaat behandeld kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de ziekten waar de cellulaire afweer op de voorgrond staat.

Op talloze gebieden worden al of niet genetisch gemodificeerde bacteriën en hun producten ingezet voor meer of minder nuttige doeleinden. Botox en vitamines zijn van de nieuwe technolgie twee voorbeelden.

 

Literatuur

Alles over vasten, J.F. van Waning, Ankh-Hermes, Deventer 1991 (4e druk 2004)

Krebs – Problem ohne Ausweg?, Prof. P.G. Seeger, Fisherverlag VFM, Heidelberg 1988

Het Dr. Houtsmullerdieet, Dr. A.J. Houtsmuller, Bohn Stafleu Van Loghum, Houten 1997

Voedingsinterventie bij kanker, E.Valstar, Strengholt, Naarden 2002

Geneeswijzen in Nederland, P van Dijk, Ankh-Hermes, Deventer, 2003

Een leven lang fit, Harvey en Diamond, de Kern, Baarn 1987

Biochemistry, Lehniger, Worth, New York 1975

Harper’s Review of Biochemistry, Lange medical publications, Los Altos 1981

Human Milk in the Modern World D.B. en E.F.P. Jelliffe, Oxford University Press, Oxford 1978

Klein. S. Wiener Klin. Wschr. 46,1587, 1933

Fruend . S. En Kaminer.G. Wiener Klin Wrschr. 23, 1221; Biochem. Z 26, 312; 1911: Wienwe klin. Wrschr. 24, 1759; 1912: Biochem.Z, 46, 470; (1925); Biochemische Grundlagen der Disposition für Karzinom, Wien 1925

Winberg, J.Gothefors, L. En McDavid, S. (1976).Curr. Med. Res. and Opin. 4, Suppl. 1,9. The case for breast feeding.

 

 

De volgende onderzoeken en de nummering zijn overgenomen van de lijst van het NGOO, het Nederlandse Genootschap voor Orthomoleculaire Onkologie. Website: www.ngoo.nl en betreffen de al of niet succesvolle behandeling van kanker (mede) met bacteriën.

 

5) Aso Y et al ; Eur Urol 1995 ; 27 : 104-109. Hierin wordt bij blaaskanker een significant therapeutisch effect van een melkzuurbacterie aangetoond. Dit onderzoek was tevens dubbelblind. Het therapeutisch effect behelsde hier een significant langere ziekte-vrije periode indien de melkzuurbacteriën gebruikt werden

41) Okawa T et al ; Cancer 1993 : 72 : 1949-54 ; Melkzuurbacteriën verbeteren in gerandomiseerd onderzoek de relapse-free survival en de survival in geval van een cervixcarcinoom significant. (relapse=terugval)

42) Okawa T et al ; Cancer 1989 ; 64 : 1769-76 : melkzuurbacteriën verbeteren in gerandomiseerd onderzoek het resultaat van radiotherapie bij cervixcarcinoompatiënten

108) Masuno T et al ; Cancer 68 : 1495-500 ; 1991 ; met een melkzuurbacterie extract blijkt er in een gerandomiseerde opzet met doxorubicine bij longkankerpatienten significant vaker een regressie op te treden dan met doxorubicine alleen en blijkt in de melkzuurbacteriegroep ook de overleving aantoonbaar langer te zijn.
133) Urbancsek H et al ; Eur J Gastroenterol Hepatol 13 : 391-6 ; 2001 ; Melkzuurbacteriën verminderen in dit gerandomiseerde onderzoek de bijwerkingen van bestraling in het buikgebied.
213) Roszkowski K et al ; Cancer Immunol Immunother 15 : 23-6 ; 1983 ; Propionibacterium granulosum verlengt in gerandomiseerd onderzoek het leven van borstkankerpatiënten met metastases, die FAC krijgen.
273) Isenberg J et al ; Anticancer Res 14 : 1399-404 ; 1994 ; Propionibacterium granulosum vermindert bij operatie wegens darmkanker het aantal infecties en verbetert in stadium 1 en 2 de overleving ; echter niet in stadium 3 of 4. Een analyse met een chikwadraattoets van alle stadia bij elkaar zou evenwel zinvol zijn.

274) Roszkowski K et al ; J Cancer Res Clin Oncol 109 : 72-109 ; 1985 ; Propionibacterium granulosum verbetert bij het kleincellig longcarcinoom de remissieduur door chemo en vermindert ook myelosuppressie door de chemo en het daar aan gerelateerde aantal infecties.
275) Grundmann R et al ; Chirurg 59 : 272-8 ; 1988 ; Propionibacterium granulosum vermindert bij patienten, die geopereerd worden wegens darmkanker het aantal infecties en het daar aan gerelateerde aantal nieuwe operaties ; de recidiefkans en de overleving werden in dit onderzoek door deze bacterie evenwel niet beinvloed.

276) Peters KM et al ; Onkologie 13 :124-7 ; 1990 ; Propionibacterium avidum blijkt althans in dit kleinschalige onderzoek bij operatie wegens maagkanker geen invloed te hebben op de kans op complicaties ; ook was er geen effect op de ziektevrije overleving en de overleving sec.

303) Unger C et al ; Arzneimittelforschung 51 : 332-8 ; 2001 ; een extract van E-Colibacterien vermindert de bijwerkingen van 5-FU bij vergevorderde darmkanker aantoonbaar ; in de groep met het E-Coliextract was de regressiekans en de overleving niet significant beter dan in de controle-groep.
304) Salminen E et al ; Clin Radiol 39 : 435-7 ; 1988 ; Lactobacilli verminderen in gerandomiseerd onderzoek diarree door radiotherapie.
305) Ekert H et al ; Med Pediatr Oncol 8 :47-51 ; 1980 ; Cotrimoxazol en lactobacilli blijken in vergelijking met andere vormen van selectieve darmdecontaminatie geen misselijkheid of braken te geven

351) Bjornsson S et al ; Cancer Treatment Rep 62 : 505-10 ; 1978 ; Corynebacterium parvum verbetert de overleving van longkankerpatiënten stadium 3 ; BCG doet dat in dit onderzoek niet. 382)Lipton A et al ; Cancer 51 : 57-60 ; 1983 ; Als adjuvans vermindert Corynebacterium parvum de recidiefkans bij melanoompatiënten stadium 2 ; niet in stadium 1 ; BCG bleek in dit onderzoek in het geheel geen effect op de recidiefkans te hebben.

353) O’Brien ME et al ; Br J Cancer 83 : 853-7 ; 2000 ; Een extract van gedode Mycobacterium vaccae verbetert in gerandomiseerd onderzoek de overleving van patiënten met een niet-kleincellig longcarcinoom dan wel een mesothelioom, die chemo/bestraling krijgen ; ook de slaap en de eetlust waren in Mycobacterium vaccae-groep beter.
354) Woodruff M en Walbaum P ; Cancer Immunol Immunother 16 : 114-6 ; 1983 ; Bij 49 patiënten met een operabele longkanker werd Corynebacterium parvum in een vaccinvorm ingespoten ; de Corynebacterium parvumgroep was er een tendens tot langer leven ; de sterfte aan het plaveiselcarcinoom van de long was verder in de Corynebacterium parvumgroep aantoonbaar lager.
355) Sarna GP et al ; Cancer Treat Rep 62 : 681-7 ; 1978 ; Negenenzeventig bronchuscarcinoompatiënten kregen naast chemo op gerandomiseerde basis BCG of Corynebacterium parvum-vaccin of niets. Immunotherapie bleek de responskans en ook de tijd tot verdere progressie van de ziekte niet te beïnvloeden.
356) The Ludwig Lung Cancer Study Group ; Cancer Immunol Immunother 23 : 1-4 ; 1986 ; in dit dubbelblinde onderzoek bij 286 patiënten met een niet-kleincellige longkanker stadium 1 of 2 , leverde Corynebacterium parvum geen aantoonbaar voordeel op mbt de ziektevrije overleving en de overleving sec ; een gecombineerde analyse van 351 , 354, 355 en 356 is aan te bevelen ; het lijkt er nu evenwel op dat extracten van Corynebacterium parvum bij de behandeling van longkanker hooguit bij bepaalde subgroepen misschien zinvol is.

370) Fritze D et al ; Klin Wochenschr 60 : 593-8 ; 1982 ; Corynebacterium parvum (subcutaan op dag 1 van de chemo) blijkt in een gerandomiseerd onderzoek bij patiënten met borstkanker, die chemo kregen remissieduur en overleving niet significant te verbeteren ; wel was het zo dat patiënten die op de eenmalige inenting met zweervorming reageerden aantoonbaar veel langer leefden.
371) Fritze D et al ; Klin Wochenschr 62 : 162-7 ; 1984 ; Subcutane toediening van een Corynebacterium parvumpreparaat (op dag 1 dan wel dag 14 naast de chemo) blijkt een even grote kans op respons te geven als intraveneuze toediening van een Corynebacterium parvumextract ; bij subcutane toediening blijken de responders echter wel zeer significant veel langer te blijven leven.
373) Fisher B et al Cancer 66 : 220-7 ; 1990 ; In dit gerandomiseerde onderzoek blijkt een Corynebacterium parvum-extract naast chemo als extra adjuvans gegeven aan in principe curatief geopereerde borstkankerpatiënten met positieve okselklieren, de prognose niet te verbeteren.
382) Lipton A et al ; Cancer 51 : 57-60 ; 1983 ; Als adjuvans vermindert Corynebacterium parvum de recidiefkans bij melanoompatiënten stadium 2 ; niet in stadium 1 ; BCG bleek in dit onderzoek in het geheel geen effect op de recidiefkans te hebben.
383) Lipton A et al ; J Clin Oncol ; 9 : 1151-6 ; 1991 ; Corynebacterium parvumextract verbetert bij stadium 2 melanomapatiënten de ziektevrije overleving en de overleving sec.
384) Thatcher N et al ; Br J Surg 73 : 111-5 ; 1986 ; Corynebacterium parvum extract als adjuvans voor patiënten geopereerd wegens een melanoom stadium 2 gaat samen met een significant lagere responskans op actinomycine D plus DTIC, maar levert toch een niet significante betere (ziektevrije) overleving op. 408)McCracken JD et al; Cancer 49 : 2252-8 ; 1982 ; BCG als levend vaccin naast inductiechemo voor een kleincellig longcarcinoom verbetert indien daarmee na de chemo wordt doorgegaan de overlevingsduur.

417) la Cour Petersen E et al ; Cancer Immunol Immunother 16 : 88-92 ; 1983 ; Corynebacterium parvum verlengt de remissieduur door chemo bij patiënten met myeloide leukemie niet significant ; wel wordt het leven in de Corynebacterium parvum-groep i.t.t. wat de schrijvers menen wel significant verlengt (4-6 maanden).
423) Gall S et al ; Gynecol Oncol 25 :26-36 ; 1986 ; Corynebacterium parvum plus melphalan is bij eierstokkankerpatiënten als adjuvante strategie niet beter dan melphalan alleen.
429) Cheng VS et al ; Cancer 49 : 239-44 ; 1982 ; Corynebacterium parvum verbetert het resultaat van bestraling ivm keelkanker niet ; het betrof in 28 versus 29 patiënten, zodat de ziektevrije overleving wel erg veel zou moeten veranderen om significantie te bereiken ; geen verschil zegt onder deze condities dan ook erg weinig.